
De Romeinen beschouwden de maand februari als een periode van reiniging, waarin ze de boze geesten van de winter moesten verjagen. Alles moest van zijn plek, worden gestoft, gereinigd en gewassen, om de invloeden van het koude en donkere seizoen weg te nemen. Op deze manier bereidden de mensen zich voor op het begin van het nieuwe jaar, om weer met een schone lei te beginnen.
De Benedenwindse eilanden van de Nederlandse Antillen hebben nog steeds een dergelijke traditie, die plaatsvindt aan het einde van december en die ‘Saka Fuku’ wordt genoemd - 'tegenspoed weggooien'. Maar dit is waarschijnlijk van Afrikaanse oorsprong.
De Benedenwindse eilanden van de Nederlandse Antillen hebben nog steeds een dergelijke traditie, die plaatsvindt aan het einde van december en die ‘Saka Fuku’ wordt genoemd - 'tegenspoed weggooien'. Maar dit is waarschijnlijk van Afrikaanse oorsprong.
Het nieuwe jaar waarover we het hier hebben, is niet het kalenderjaar zoals wij het nu kennen, maar het natuurjaar, dat eindigt aan het einde van de winter en begint aan het begin van de lente, de maanden februari en maart.
De Romeinen vierden het begin van de lente aan het einde van februari, dat zij Februarius noemden.
Het feest duurde drie dagen, net als onze carnavalsviering. Op de tweede dag werd er uitgebreid gegeten en gedronken, en werd een processie gehouden. Op de derde dag bereidden de Romeinse boeren potten met bonen en andere offers voor de overledenen.











